
Zelden geef ik toe aan de oranjekoorts. In mijn klerenkast geen spatje nationalisme, geen pretpetten of roeptoeters. Voetbal is voor mij geschuif met poppetjes, een bal die rolt, een hoop wachten tot er eindelijk eens iets gebeurd. Maar de kans is groot dat ik vanavond toch stiekem even ga kijken. Als hier werkelijk geschiedenis geschreven wordt, wil ik toch wel een stukje mee lezen …
Persoonlijk zie ik het niet als het wondermiddel voor verbroedering. Voetbal is oorlog. In een tijd dat het Nederlandse leger gereduceerd is tot enkele mannetjes met blauwe hoedjes en een tank of twee, vertrouwen we op ons voetbalelftal om de eer van het land te verdedigen. Om te bewijzen dat we nog terecht een natie vormen, duidelijk van andere klei gebakken zijn dan Brazilianen of Uruguayanen. En dat doe je niet met woorden, maar met daden. Harder rennen, beter schoppen, en handen van de bal af houden.
Het is ook een strijd van landsbelang, zo wordt mij verteld. De kranten staan bol van de onderzoeken om uit te wijzen of Nederland daadwerkelijk gelukkiger wordt als we winnen. Psychologen wijzen erop dat mensen vaak overschatten hoe blij ze zullen zijn met het halen van hun doel, en dat wetenschappelijk bewezen is dat gokverslaafden meer gelukstofjes in hun hersens hebben als ze verliezen. Want dan mogen ze het nog een keer proberen, met hogere inzet. Als Nederland wint, wat moeten we dan in de toekomst nog bewijzen op een wereldkampioenschap?
We blijven zitten met een gevoel van trots op een feit waar de meeste van ons helemaal niets aan hebben gedaan; in Nederland geboren worden. Alsof wij, met al die kaaskoppen aan de kantlijn, hoogstpersoonlijk de bal het doel in hebben getoeterd. In het steunen van een specifieke voetbalclub zit ten minste nog wat eer. Al die FC Twente fans kunnen nu min of meer trots zijn op het feit dat ze al die tijd zijn trouw gebleven. Dat ze die kwaliteit al vanaf het begin herkend hadden. Maar in het geval van Oranje is het toch wel pijnlijk duidelijk dat de keuze voor je club meer te maken heeft met geografische toevalligheid, dan met het oog van een kenner.
Sommige experts wijzen erop dat het voor Europees belang misschien beter is als Spanje wint. Wij, Noord-Europeanen, doen de laatste tijd al niet heel aardig tegen die economisch falende zuiderlingen. Onze voetbalstijl zou ook goed passen bij het huidige beleid van de regering, sober, meedogenloos. We hebben het meeste gele kaarten gekregen van de scheidsrechter. Die Spanjaarden spelen ten minste met
flair, die verdienen het om te winnen. Schijnt. Ik heb er verder ook geen verstand van natuurlijk.
Maar ik geef toe, uiteindelijk laat ik me ook meeslepen naar de finale. Niet door de wedstrijd zelf, maar door het verhaal eromheen. Verkapt in voetbaltaal, stelt iedereen ineens de grote vragen des levens. Wie zou moeten winnen? Gaat het om de bal of om de sponsor? Wat is beter, veel doelpunten scoren of een spannende wedstrijd? Zijn vuvuzelas de Geert Wildertjes van dit WK? En deze speculaties rijken verder dan de landsgrenzen, iedereen kijkt reikhalzend uit naar de octopus in Duitsland die de uitslag voorspelt. Voetbalfilosofie is ook een topsport.
Nee leuk, Oranje in de finale. Maar het blijft een lelijke kleur.