
De meester is weg, de kinderen dansen op de tafels. Zoals gewoonlijk probeert Geert de show te stelen, en roept in één zin zoveel mogelijk stoute woorden. Hij heeft inmiddels al heel wat stoelen omgegooid, en een aantal kinderen staat er wat lacherig omheen. Femke en Job kijken elkaar hoofdschuddend aan, Alexander werpt wat vernietigende blikken naar die gekke Geert, en Mark speelt wat met zijn telefoon. Jan Peter doet zijn best om Geert te negeren, maar het blonde jochie trekt zijn aandacht door met een stevige trap zijn stoel omver te gooien.
“Ik wil naar huis!” klaagt Jan-Peter, “Dit is niet leuk meer!”
“We willen allemaal naar huis Jan Petertje,” grijnst Geert,”Maar dan gaan we het probleem alleen maar uit de weg! Dat is simpeltoon bestrijding! Het probleem is de school! We moeten minder school!”
Hij grijpt het stropdasje van het keurig geklede jongetje, en trekt hem hardhandig naar zich toe.
“Of ga je mij soms vertellen dat je deze leerfabriek leuk vind?”
Jan-Peter schudt nu haastig zijn hoofd.
“N-n-niet zozeer l-l-leuk maar, eh, nou ja, nu-nuttig wel. Ooit.”
“Maar NU toch zeker niet leuk Jan-Peter? Hm?” Geert trekt nog wat harder aan de stropdas.
“Eh, nee, dat niet z-z-zozeer.”
Femke komt briesend tussenbeide.
“Zit Jan-Peter niet zo te pesten! Niet alles hoeft leuk te zijn. We moeten toch zeker iets leren voor later, als we groot zijn?”
“Ach houd je mond, biebmiep!” roept Geert, “We leren helemaal niets nuttigs hier. Mijn vader, die is wetenschapman, en die zegt dat we maar vijf procent van wat we op school leren later ook echt nodig hebben. Als die leraren nou eens iets boeiends zeiden, hoefde ik twintig keer zo weinig naar school!”
Job probeert het wat te sussen. “Dat is niet waar Geert, het is niet zo eenvoudig als je het nu schetst.”
“Oh, volgens mij is het anders heel simpel hoor. Ik ga later nooit rekenen, maar toch moet ik die algebrij oplossen! En als ik mijn huiswerk niet maak, moet ik nog nablijven ook van die saaie schoolfrik!”
“Nou, uh, zeg,” protesteert Job, “Ik geef toe dat ze niet altijd even boeiend zijn, maar die schuld kun je toch niet geheel bij de leraren leggen.”
Geert raakt nu helemaal op drift. “Ik heb niets tegen de leraren persoonlijk, maar die boeken zijn oersaaie stofblikken. Als ik het voor het zeggen had, zouden er helemaal geen schoolboeken meer zijn. Die leergieren verstoffen onze hele klas! Wat is er gebeurd met onze kinderlijke speelsheid?”
Alexander snuift hartgrondig. “Dat heeft nog steeds weinig met de boeken te maken Geert. Alsof Sesamstraat alleen maar lolligheid is!”
“Niet te vergelijken!” roept Geert, “dat is totaal iets anders. Kijk maar naar al die ouders, die zijn vroeger ook naar school geweest, zonder televisie, allemaal stuk voor stuk saaie sufferds!”
Mark is al die tijd nog stil geweest, maar staat nu vastberaden op. “Luister Geert, de school moet inderdaad veranderen, maar niet helemaal weg joh. We moeten gewoon een goed spieksysteem introduceren! Gelijke cijfers voor iedereen!” Geert knikt instemmend, maar nu komt er flink wat geschreeuw uit de linkse hoek.
“Je luistert helemaal niet naar wat hij zegt man, hij zei net dat je moeder een saaie trut was! Pik je dat gewoon?”
“Je bent zelf een saaie trut!”
Het lawaai zwelt nu aan, meer stoelen vallen om, en plotseling komt de meester binnen. Met een luide klap op het bord krijgt hij de klas stil. Alle kinderen kijken geschrokken in zijn richting.
“Sla je boek open waar we gebleven waren. Als ik nog maar één iemand hoor zeuren, gaat het hele schoolreisje naar Disneyland volgende week niet door.”
De klas is muisstil, en gaat aan het werk. Ze leren hun geschiedenis.